fbpx

Module 1
Jouw werkplek

Module 2
Plannen

Module 3
Brainstormen

Module 4
Research

Module 5
Onzekerheid tackelen

Module 6
De ingrediënten van je verhaal
– Je personages
– De omgeving

Module 7
De opbouw van een verhaal

Module 8
Jouw verhaallijn

Module 9
Schrijven

Module 10
Uitgeven

Bonus
Mediahandleiding

Je personages

Een paar modules terug heb je je hoofdpersonage(s) al kort benoemd. Nu gaan we het allemaal iets concreter maken. We moeten het personage eerst goed kennen, voordat we er een kloppend verhaal van kunnen maken. Een verlegen meisje kan niet zomaar ineens zelfverzekerd op de jongen afstappen die ze leuk vindt, dan klopt het verhaal niet meer. Daarom gaan we ons daar eerst in verdiepen.

Allereerst gaan we opschrijven wie er überhaupt voor zover je nu al weet in je boek voor gaan komen. Dit kan qua bijfiguren tijdens het schrijven nog enigszins veranderen, maar het is wel fijn om een basis te hebben waar vandaan je kunt werken. Over je hoofdpersonage moet je natuurlijk het meest weten voor je begint met schrijven, maar bijvoorbeeld een beste vriend(in) of een vader die helpt een mysterie op te lossen, zijn ook erg belangrijk. Beantwoord eerst de volgende vragen:

Wie is/zijn je hoofdpersonage(s)?Wie zijn de andere grote personages?Wie spelen er voor zover je nu al weet op de achtergrond mee?

Ik heb een tool met random voorbeelden uitgewerkt waardoor je hier in één blik wat meer zicht op krijgt. Onderaan bij de opdracht kun je voor jezelf een leeg invulveld downloaden.

Loop je hier inmiddels een beetje vast omdat je geen idee hebt hoe je je personages moet noemen? Babybites werkt fantastisch. Helemaal onderaan de pagina kun je ook nog eens het land van herkomst selecteren. Heb jij zelf een favoriet land of komt er duidelijk een land in je boek naar voren? Dan zou ik daar op die manier zeker gebruik van maken om mooie namen te vinden.
Zorg er wel voor dat de namen redelijk leesbaar zijn en passen bij de personages. Iemand die heel veel aan persoonlijke ontwikkeling doet en de helft van de dag al mediterend op een kleedje zit, noem je bijvoorbeeld niet zo snel Ans. Dat is dan iets te down-to-earth en te Nederlands.

Dan gaan we verder specificeren. Vooral op de hoofdpersoon. Het is heel belangrijk dat je hoofdpersonage(s) écht 3-dimensionaal zijn, want zo kunnen mensen echt een band met je hoofdpersoon krijgen. Denk er daarom aan dat je je hoofdpersoon menselijke gevoelens geeft waar we ons allemaal in kunnen herkennen zoals bijvoorbeeld ongeduldigheid. Ook zeker dus niet alleen maar positief, want dan is het natuurlijk niet menselijk meer. Om een personage écht te leren kennen, moet je natuurlijk ook iets weten van de jaren hiervoor. Wat heeft deze persoon gemaakt tot de persoon die hij/zij op het moment van schrijven is? Dat kan ook goed een (kleine) rol in je verhaal krijgen en daarom is het voor jouw complete beeld van belang dat je ook daar wat vragen over beantwoord.

Als je kiest voor het schrijven van korte verhalen, hoef je hier minder lang mee bezig te zijn. Beantwoord de komende vragen dan wel voor je eigen beeld, maar blijf er zeker niet te lang in hangen. Met een verhaal van één pagina heb je toch niet de ruimte om een enorme persoonsontwikkeling te laten zien bijvoorbeeld.

Bij een autobiografie beantwoord je deze vragen weer over jezelf en over de mensen die een grote rol spelen in jouw verhaal.

Heb je meerdere hoofdpersonen? (Meer dan 4 wordt heel ingewikkeld voor de lezer, 1 of 2 komt het meest voor in boeken) Beantwoord dan voor elk personage apart de volgende vragen heel uitgebreid:

Hoe oud is hij/zij?*
Hoe ziet hij/zij eruit?
Wat voor kleding draagt hij/zij?
Uit wat voor milieu komt hij/zij?
Wat zijn zijn/haar karaktereigenschappen?
Hoe zouden anderen hem/haar beschrijven?
Wat zijn zijn/haar hobby’s?
Wat zijn zijn/haar interesses?
Wat is zijn/haar grootste irritatie?
Wat voor gebeurtenissen uit het verleden hebben hem/haar gevormd?
Hoe was zijn/haar opvoeding?
Hoe emotioneel is hij/zij en hoe uit hij/zij zich?
Wat voor opmerkelijke trekjes heeft hij/zij?
Valt deze persoon ergens mee op en zo ja, met wat?
Wat wil hij/zij bereiken?
Waarom moet dat NU? 

Met de noodzaak van die laatste vraag bouw je spanning in het verhaal. Het heeft namelijk gevolgen als het doel van je (hoofd)personage niet bereikt wordt.

*Het is verstandig om uit te gaan van een hoofdpersoon die iets ouder is dan je ideale lezer. Zo ziet je lezer dat als ‘een voorbeeld’. Jongere personages zijn vaak een stuk minder aantrekkelijk omdat ze zich daar minder door aangesproken voelen.

Van de groep personages ‘iets minder belangrijk, maar toch belangrijk’ moeten we ook het één en ander weten. Je mag ook deze vragen voor hen beantwoorden, maar dan hoef je er een stuk minder diep op in te gaan. Schrijf met je hoofdpersonage(s) in gedachten vooral lekker door bij deze vragen als er van alles in je opkomt, maar bij de iets minder belangrijke personages mag het redelijk oppervlakkig. Als je in elk geval maar weet hoe ze in elkaar zitten en dus hoe ze op bepaalde situaties in je verhaal gaan reageren.

Wil je echt next level gaan? Dan kan het heel erg helpen om foto’s bij je personages te zoeken. Zo heb je letterlijk een gezicht voor je wanneer je je verhaal schrijft. Je hebt bij de vragen kort beschreven hoe de opvoeding was en welke gebeurtenissen uit het verleden hem/haar tot deze persoon hebben gemaakt. Om je personage écht te leren kennen, kun je ook een hele levenslijn uitwerken. Wat heeft die persoon meegemaakt tot de start van je boek? Welke ervaringen hebben zijn/haar persoonlijkheden gevormd?

Voorbeelden van een eerder boek van mij:

En haar levenslijn. In creatieve buien werk ik altijd met de hand dus ik hoop dat je het kunt lezen.
Ik heb in elk geval de belangrijkste gebeurtenissen in haar leven een jaartal en korte beschrijving gegeven. Nanou is een meisje van 22 dat door haar streng-gelovige ouders is weggestuurd omdat ze op vrouwen valt. Een beetje een heftig voorbeeld, maar rechts onderin schrijft ze zich in voor een betaald experiment en dat is waar het boek over gaat en dus begint. Natuurlijk hoeft het niet allemaal zo heftig, maar zo begrijp ik dat haar karakter wat stiller is omdat haar diepste gevoelens er van haar familie niet mochten zijn en kan ik me beter in haar inleven. Op deze manier kun jij het (mag een stuk minder ‘heftig’ hoor) ook doen voor je hoofd- en eventueel bijpersonage(s):

Schrijf je autobiografisch? Dan is het verstandig om op dit punt te gaan bedenken over wie je wel en over wie je niet gaat schrijven in je boek. Niet iedereen die je kent of kende, kan aan bod komen. Dat zou het heel verwarrend maken voor de lezer. Een lijst met iedereen die nu in je opkomt maken en bij iedereen schrijven wat ze bij hebben gedragen aan jouw verhaal, kan hier goed bij helpen. Je kunt zo gauw zien of die persoon iets bijdraagt wat een toevoeging is op de verhaallijn of dat het vooral voor ruis gaat zorgen.

Opdracht

Beantwoord de vragen over je personages vooral voor je hoofdpersonage(s) zo uitgebreid mogelijk en zoek, als je next level wil, geschikte beelden bij je personages en maak een tijdlijn van hun leven tot aan het begin van je boek.

De lege tool voor je personages kun je hier downloaden.

Bij het schrijven van een autobiografie mag je gaan onderzoeken wie er genoeg bijdraagt aan jouw verhaal om mee te blijven doen tijdens je boek.

Hang de uitwerking van deze opdracht eventueel op bij je werkplek.